Erwtensoep die een nacht rust
Snert is geen soep die je op dezelfde dag eet. Dag één kook je, dag twee wacht je. Het verschil is groter dan welk ingrediënt ook.
Nodig
- 500 g spliterwten, gespoeld
- 2 liter water
- 1 varkenspootje of een stuk krabbetjes
- 2 winterwortels, 1 knolselderij, 2 uien, 3 stengels prei
- 1 rookworst
- selderijblad, zwarte peper, zout
Dag één
- Zet de spliterwten met het vlees en het koude water op. Breng langzaam aan de kook en schep het schuim eraf tot het water helder blijft.
- Laat anderhalf uur zachtjes trekken. Niet roeren in het begin: erwten die op de bodem plakken branden aan en die smaak krijg je er niet meer uit.
- Voeg de in blokjes gesneden wortel, knolselderij en ui toe, plus de prei. Nog een half uur.
- Haal het vlees eruit, pluk het van het bot en doe het terug. Zet de pan af en laat hem koud worden. Dan de koelkast in, met deksel.
Dag twee
- Warm langzaam op en roer nu wel, van de bodem naar boven. De soep is inmiddels flink ingedikt.
- Leg de plakken rookworst er de laatste tien minuten in, met het vuur laag.
- Maal er peper over, strooi selderijblad erop en proef pas dan op zout.
De lepeltest
Zet een lepel rechtop in de pan. Blijft hij staan, dan is de snert klaar. Valt hij om, dan heeft de soep nog een half uur op laag vuur nodig — met deksel eraf, zodat er vocht weg kan.