Boerenkoolstamppot met een korst
De gewone stamppot wordt lauw op het bord. Deze niet: de bovenkant komt knapperig uit de oven, de onderkant blijft romig.
Nodig
- 1,2 kg kruimige aardappelen, geschild en in gelijke stukken
- 600 g boerenkool, fijngesneden
- 1 rookworst
- 150 ml volle melk, warm
- 60 g roomboter
- 2 el grove mosterd
- zwarte peper, nootmuskaat, zout pas op het eind
Werkwijze
- Kook de aardappelen in twintig minuten gaar in ruim water. Leg de laatste tien minuten de boerenkool erbovenop, met deksel.
- Verwarm de rookworst apart in heet water dat niet kookt. Kokend water laat het vel barsten.
- Giet af en laat twee minuten stomen zonder deksel. Dit is het verschil tussen stamppot en pap.
- Stamp met de warme melk en de helft van de boter. Niet pureren: een stamper geeft structuur, een staafmixer geeft lijm.
- Roer de mosterd erdoor, maal er peper en nootmuskaat over en proef. Pas nu zout.
- Schep in een ovenschaal, verdeel de rest van de boter in vlokken en zet acht tot tien minuten onder de grill tot de bovenkant kleurt.
- Snijd de worst in plakken en leg ze op het laatste moment erbij, anders drogen ze uit.
Wat er misgaat
Te veel boerenkool maakt het geheel waterig — houd twee delen aardappel op één deel groente aan. Te vroeg zouten is de tweede valkuil: de rookworst brengt zout mee en je proeft dat pas als alles bij elkaar zit.